Het behoeft geen betoog dat ons beeld van de Tachtigjarige Oorlog door de jaren heen voortdurend is veranderd. En dat dit beeld mede bepaald wordt door zestiende- en zeventiende-eeuwse nieuwsprenten en boekillustraties is ook in de kolommen van de BMGN Low Countries Historical Review al uitgebreid onder de aandacht gebracht. Toch werpt Michel van Duijnen nieuw licht op de verbeelding van de Tachtigjarige Oorlog door zich te richten op de veranderende publicatiecultuur vanaf het midden van de zeventiende eeuw. Hij laat zien hoe de bloeiende Nederlandse uitgeverijen rijk geïllustreerde luxe edities van klassieke historische teksten over de Opstand op de markt brachten en daarmee een nieuwe dimensie aan de verbeelding van de Tachtigjarige Oorlog toevoegden.

Op verzoek van de redactie hebben Thijs Brocades Zaalberg en Bart Luttikhuis vier bijdragen, die voortkwamen uit het door hen geleide NIAS-onderzoeksproject en een congres dat in 2019 plaatsvond, bijeengebracht en ingeleid in het Forum ‘Extreem geweld tijdens dekolonisatieoorlogen in vergelijkend perspectief, 1945-1962’. Dit project was tevens onderdeel van het onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’ van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies.

Dit Forum moet gezien worden als een eerste indringend experiment met vergelijkend onderzoek op het terrein van gewelddadige dekolonisatieconflicten, en loopt vooruit op een omvangrijke boekpublicatie bij Cornell University Press waaraan ook de auteurs van dit Forum meewerken. In dit Forum vergelijken zij het extreme geweld dat Nederlandse militairen pleegden tegen de lokale bevolking en tegen krijgsgevangenen tijdens de oorlog in Indonesië met gewelddaden van Britse en Franse militairen in soortgelijke dekolonisatieconflicten. In dit Forum staat het bestuderen en het verklaren van het geweld van Europese militairen centraal, maar ook het geweld van lokale revolutionairen en lokaal gerekruteerde paramilitairen krijgt in enkele bijdragen aandacht.

Het gebruik van geweld tegen de lokale bevolking werd mogelijk gemaakt door wat Brocades Zaalberg en Luttikhuis ‘geïnstitutionaliseerde straffeloosheid’ hebben genoemd. In hun bijdrage vergelijken Huw Bennett en Peter Romijn hoe Britse en Nederlandse autoriteiten omgingen met berichten over systematische wreedheden begaan door de eigen troepen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van respectievelijk Kenia en Indonesië. Beide regeringen wisten via ‘schandaalmanagement’ te voorkomen dat diepgaand onderzoek werd ingesteld en ze politiek in de problemen zouden komen. De eigen troepen kregen zo alle ruimte voor gewelddadig optreden.

Minstens zo confronterend is de bijdrage van Stef Scagliola en Natalya Vince over de verkrachting van lokale vrouwen als onderdeel van de oorlogsvoering door Nederlandse troepen in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en door Franse troepen tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog. Verkrachting kwam veelvuldig voor, maar leidde nauwelijks tot rechtszaken. Ook Azarja Harmanny en Brian McAllister Linn wijzen op de impact van militair geweld tegen burgers. Zij bekritiseren de gangbare veronderstelling dat Indonesische burgers vooral slachtoffer werden van indirect zwaar vuur. Roel Frakking en Martin Thomas vergelijken de ervaringen van de lokale bevolking met revolutionair en contrarevolutionair geweld tijdens dekolonisatieconflicten in Zuidoost-Azië en Afrika. Zij laten zien dat met name in gebieden waar het koloniaal gezag al afkalfde, de lokale bevolking inzet en slachtoffer werd van geweld gepleegd door beide partijen.

Dit Forum heeft tot doel discussie uit te lokken over de analyse van het gebruik van geweld in gewapende dekolonisatieconflicten. Brocades Zaalberg en Luttikhuis zetten vraagtekens bij de gangbare dichotomie van oorlogsgeweld (min of meer gereguleerd via internationale conventies) en excessief geweld tegen burgers en krijgsgevangenen. Ook het vergelijkende perspectief draagt volgens hen bij aan een kritische herziening van de beoordeling van de mate van geweldsuitoefening, en bestrijdt de gedachte dat het Nederlandse geweld in vergelijking met het gedrag van de Fransen in Algerije en de Britten in Kenia ‘wel meeviel’. Al deze conflicten hebben geleid tot onbestraft structureel geweld tegen burgers en grootschalige schendingen van mensenrechten.

Namens de redactie,

DIRK JAN WOLFFRAM

From the Editors – Editorial

It goes without saying that our picture of the Eighty Years’ War has been continuously changing over the years. The fact that this picture is partly determined by sixteenth- and seventeenth-century news prints and book illustrations has already been extensively highlighted in the past in the columns of BMGN Low Countries Historical Review. However, Michel van Duijnen offers a new perspective on the way the Eighty Years’ War is imagined by focusing on the changing publication culture from the middle of the seventeenth century. He demonstrates how the flourishing Dutch publishing houses brought onto the market richly illustrated luxury editions about the Revolt, therefore adding a new dimension to the visualisation of the Eighty Years’ War.

At the request of the editorial board, Thijs Brocades Zaalberg and Bart Luttikhuis collected four contributions, resulting from a research project at the NIAS (Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences) and a conference held in 2019, and provided an introduction to the Forum ‘Extreme violence in decolonisation wars 1945-1962: a comparative perspective’. This project was also part of the joint research program ‘Independence, decolonization, violence and war in Indonesia, 1945-1950’ of the Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies (KITLV), the Netherlands Institute of Military History (NIMH) and the niod, Netherlands Institute for War, Holocaust and Genocide Studies.

This Forum must be viewed as the first probing experiment with comparative research in the domain of violent decolonisation conflicts, in anticipation of the publication by Cornell University Press of a major book, with the cooperation of the authors of this Forum. In this Forum the authors compare the violence used by Dutch militaries against the local population, prisoners of war and revolutionaries during the war in Indonesia with the acts of violence committed by British and French militaries in similar conflicts of decolonisation. Studying and explaining the violence perpetrated by European military personnel takes centre stage in this Forum, but attention is also paid to the violence of local revolutionaries and locally recruited paramilitaries.

The use of violence against the local population was facilitated by what Brocades Zaalberg and Luttikhuis refer to as ‘institutionalised impunity’. In their contribution, Huw Bennett and Peter Romijn compare the ways in which British and Dutch authorities handled reports of systematic atrocities committed by their own troops during the wars of independence in Kenya and Indonesia. Through ‘scandal management’, both governments managed to prevent in-depth investigations being carried out that would have landed them in trouble politically. It gave government troops free rein to use violence.

At least as challenging is the contribution by Stef Scagliola and Natalya Vince about the raping of local women as part of the warfare by Dutch troops in the Indonesian War of Independence, and by French troops in Algeria. Rape was a frequent occurrence, but it hardly ever led to criminal proceedings. Azarja Harmanny and Brian McAllister Linn also point to the impact of military violence against citizens. They criticise the common presumption that Indonesian citizens primarily fell victim to indirect heavy fire. Roel Frakking and Martin Thomas compare the experiences of the local population with revolutionary and counterrevolutionary violence during decolonisation conflicts in Southeast Asia and Africa. They demonstrate that particularly in areas where the colonial authority already crumbled away, the local population became the focus and victims of violence committed by both sides.

The purpose of this Forum is to trigger a debate on the analysis of violence used in wars of decolonisation. Brocades Zaalberg and Luttikhuis question the standard dichotomy of violent acts of war (which is more or less regulated by international conventions) and atrocities committed against citizens and prisoners of war. The authors argue that a comparative perspective contributes to a critical review of former assessments of the level of violence used, and it challenges the thought that Dutch violence was ‘not that bad’ compared with the conduct of the French in Algeria and the British in Kenya. All these conflicts resulted in unpunished structural violence against citizens and the large-scale violation of human rights.

On behalf of the editorial board,

DIRK JAN WOLFFRAM