Voor u ligt de eerste aflevering van de 135ste jaargang van de BMGNLow Countries Historical Review. Dit jaar vieren we 50 jaar BMGN. Uiteraard is de redactie zich ervan bewust dat dit wat gekunsteld aandoet. We nummeren onze jaargangen immers vanaf de oprichting van de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap in 1877, maar dit jaar vieren we dat de Bijdragen na het samengaan met de Bijdragen voor de Geschiedenis der Nederlanden vanaf 1970 verschijnen als de Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden. Onze uitgever en eigenaar, inmiddels het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap geheten, viert dit jaar het 175-jarige jubileum en wij grijpen deze gelegenheid graag aan om ook ons blad in het zonnetje te zetten. We gaan dat doen door komend voorjaar online een ‘bijzondere collectie’ aan te bieden, met daarin de favoriete artikelen van de redacties van de afgelopen decennia. Ook brengen we aan het eind van dit jubileumjaar een speciaal jubileumnummer uit, gewijd aan de wetenschappelijke betekenis van de BMGN.

In dit nummer buigt Henk te Velde, de nieuwe voorzitter van het KNHG, zich over de welhaast spreekwoordelijke redenaarstalenten van Johannes van der Palm, die al spoedig na diens dood in het vergeetboekje waren geraakt. Te Velde laat zien dat met Van der Palm de klassieke retorica weliswaar van het Nederlandse politieke toneel verdween, maar concludeert dat het daaraan verbonden streven naar een politieke cultuur van overleg, compromis en consensus in de moderne politieke omgangsvormen vanaf het leiderschap van Thorbecke voortleefde.

Voorts vindt u twee recensie-artikelen. BMGN-redacteur Idesbald Goddeeris analyseert de verschillen in de wijzen waarop aandacht wordt gevraagd voor publieke sporen van het koloniaal verleden in Nederland en België. Uiteraard verklaart het grote verschil in de respectievelijke koloniale geschiedenissen die in belangrijke mate, maar Goddeeris wijst ook op de gevoelige kwestie van de Belgische identiteit en de aanzienlijke verschillen in de postkoloniale cultuur van beide landen. Leonieke Vermeer analyseert de hoge vlucht die het onderzoek naar egodocumenten en life writing de laatste jaren in Nederland heeft genomen. Zij constateert onder andere dat de beschikbaarheid van egodocumenten enorm is toegenomen, maar dat dit nog in onvoldoende mate ten goede komt aan het bestuderen van ondervertegenwoordigde groepen en nieuwe perspectieven.

Deze jaargang zal geen vier maar drie nummers omvatten, aangezien de laatste twee nummers gecombineerd worden tot een dubbeldik themanummer gewijd aan de rol van kinderen als actoren en objecten van (post)koloniale verandering.

De redactie van de BMGN verwelkomt tot slot twee nieuwe leden nadat Inger Leemans en Anne Winter tussentijds afscheid namen. Pim Huijnen (Universiteit Utrecht) en Maïka De Keyzer (KU Leuven) bleken bereid onze gelederen te versterken.

Namens de redactie

DIRK JAN WOLFFRAM

From the Editors – Editorial

Before you lies the first issue of the 135th volume of the BMGNLow Countries Historical Review. This year we celebrate BMGN’s 50th anniversary. Of course the editors are fully aware of the fact that this is rather artificial. We count our volumes from 1877, the founding year of the Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Yet this year we celebrate that the Bijdragen as of 1970 were published as the Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden after the former were merged with the Bijdragen voor de Geschiedenis der Nederlanden. This year our owner and publisher, now known as the Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (Royal Netherlands Historical Society), celebrates its 175th anniversary and we seize the opportunity to put our journal in the limelight. We will do this by publishing a ‘special collection’ online this spring with the favourite articles of the editors of the past decades. At the end of the year we will publish a special anniversary edition, dedicated to the scientific relevance of BMGN.

In this issue Henk te Velde, the new president of the Royal Netherlands Historical Society, discusses the almost proverbial rhetorical talents of Johannes van der Palm, which soon after his death appeared to be forgotten. Te Velde shows that with Van der Palm the classical rhetoric may have disappeared from the Dutch political stage, but concludes that nevertheless the aim of this rhetoric, being a political culture of negotiation, compromise and consensus, survived in the modern political conventions ever since the leadership of Thorbecke.

Next you will find two review articles. BMGN-editor Idesbald Goddeeris analyses the different ways in which attention is paid to manifestations of the colonial past in public space in the Netherlands and Belgium. Of course the substantial dissimilarities in the respective colonial pasts largely account for these, but Goddeeris also draws attention to the sensitive issue of Belgian identity and the large differences in postcolonial culture between both countries. Leonieke Vermeer analyses the recent boom in research on ego-documents and life writing in the Netherlands. While ego-documents have become increasingly accessible, so far the study of subaltern groups and new perspectives has insufficiently benefitted from this increase.

The 135th volume of 2020 will consist of three numbers and not four, as the last two issues will be combined into a double-thick special issue on the role of children as actors and objects of (post)colonial change.

The editorial board of BMGN welcomes two new members after Inger Leemans and Anne Winter have stepped back. Pim Huijnen (Utrecht University) and Maïka De Keyzer (KU Leuven) were prepared to join our ranks.