De schorsing (1702) en latere afzetting (1704) van Petrus Codde als apostolisch vicaris van de katholieke missie in de Republiek, ook wel de Missio Hollandica of Hollandse Missie genoemd, waren belangrijke ontwikkelingen in wat zou uitmonden in de scheuring binnen de katholieke kerk in de Nederlandse Republiek. Deze scheuring, een uiterst bittere aangelegenheid, leidde tot het ontstaan van twee katholieke kerken, te weten de Rooms-Katholieke Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk van de bisschoppelijke Cleresie (de latere Oud-Katholieke Kerk), en bestaat tot op de dag van vandaag. De fragmentatie van de katholieke gemeenschap en de diepe verdeeldheid waar de scheuring toe leidde, waren lange tijd een open wond voor veel katholieken. Niet geheel ten onrechte stelde Bertrand van Bilsen dat in de vakliteratuur dit binnen-katholieke schisma vaak op heftiger wijze bediscussieerd werd dan de zestiende-eeuwse scheuring tussen katholieken en protestanten.1

Het mag tot weinig verbazing leiden dat de invloed van de scheuring duidelijk zichtbaar is in de historiografie over dit onderwerp. Al in de achttiende eeuw verschenen verschillende en vaak uitgesproken partijdige en polemische geschiedkundige werken over het schisma.2 In de loop van de twintigste eeuw vond er meer toenadering plaats tussen de twee katholieke kerken en verdween ook de polemiek langzaam uit de geschiedschrijving. Dit leidde onder andere tot meer genuanceerde studies over invloedrijke geestelijken in de rivaliserende kampen en kerkhistorische studies naar de ontwikkeling van het schisma gedurende de eerste decennia van de achttiende eeuw.3 Meer recentelijk hebben ook cultuurhistorici aspecten van dit conflict onder de loep genomen.4 Het werk van Dick Schoon is de nieuwste telg in het onderzoek naar het schisma en behelst een wetenschappelijke editie van verscheidene dagboeken en andere geschriften die de reis naar en het verblijf van Codde en enkele metgezellen in Rome beschrijven. De apostolisch vicaris was namelijk naar Rome geroepen om zich te verantwoorden over zijn vermeende jansenistische overtuigingen. Wat een relatief kort bezoek had moeten worden, mondde echter uit in een jarenlang verblijf in de stad.

De gebeurtenissen die zich afspeelden tijdens deze periode werden nauwkeurig vastgelegd in een aantal bronnen die in deze editie centraal staan: Coddes dagboek en diens kleinere geschrift over de ondertekening van het Formulier van paus Alexander VII; de vier dagboeken van de seculiere priester Jacob Krijs, waarin de reis naar en het verblijf in Rome, de door Krijs ontvangen brieven uit de Republiek en Coddes audiënties met de paus worden beschreven; en tot slot het dagboek van Benedictus de Waal, een voormalige studiegenoot van Krijs die ook tot het reisgenootschap behoorde.5 Al deze bronnen, die voornamelijk in het Latijn maar ook in het Italiaans zijn opgesteld, zijn door Schoon integraal in het Nederlands vertaald. Tevens bevat zijn boek een inleiding van een kleine honderd pagina’s waarin de historische context wordt geschetst en een overzicht wordt gegeven van Coddes verblijf in Rome en het verloop van het proces tegen hem (voornamelijk op basis van de in dit boek vertaalde bronnen). Schoon gaat daarbij in op de netwerken waarin Codde en de zijnen zich begaven, een aspect van hun verblijf in Rome dat zich dankzij de dagboeken goed laat reconstrueren.

De uiteenlopende interesses en perspectieven van de auteurs van de dagboeken maakt dat Schoons boek veel te bieden heeft voor diverse onderzoekers. Ten eerste bevatten de dagboeken veel waardevolle informatie over het verloop van het proces tegen Codde en de manier waarop Codde, diens metgezellen en hoge katholieke geestelijken de ontwikkelingen in de Republiek interpreteerden. Het is nu mogelijk om de wisselwerking tussen de situatie in Nederland en Rome diepgravend te bestuderen; alleen al in dat opzicht verschaft Schoons boek belangrijke aanvullingen op de bestaande historiografie over het schisma zoals geschetst door bijvoorbeeld Marinus van der Vorst.6 Daarnaast bevatten de dagboeken van Krijs allerlei wetenswaardigheden over, onder andere, lokale vormen van religiositeit, klederdracht en verscheidene bezienswaardigheden in de plaatsen die het gezelschap aandeed op weg naar Rome en in de Eeuwige Stad zelf. Tevens zijn Krijs’ vaak gedetailleerde beschrijvingen van kerkinterieurs en processies zeer lezenswaardig. Al met al vormen deze dagboeken een belangwekkende bron voor onderzoekers die geïnteresseerd zijn in vroegmoderne reisliteratuur, toerisme en religieuze cultuur.

Schoon heeft ervoor gekozen de dagboeken en andere geschriften samen te voegen en ze als ‘één doorlopend chronologisch verhaal’ te presenteren. Dit maakt het gemakkelijk om de bronnen, die elkaar regelmatig overlappen qua inhoud, in samenhang met elkaar te bestuderen. Van de bronnen is alleen de vertaalde tekst weergegeven. De transcriptie van de originele tekst ontbreekt en dat lijkt, gezien het lijvige formaat van het boek in zijn huidige vorm, een wijze beslissing. In zijn verantwoording stelt Schoon dat hij voor een vrij letterlijke vertaling heeft gekozen. Aangezien deze bronnen helaas (nog) niet digitaal beschikbaar zijn, is dit een verstandige aanpak. Bovendien is de vertaling helder en goed leesbaar. Een lijvig notenapparaat, waarin vooral biografische informatie wordt verstrekt over de personen die genoemd worden in de tekst, zijn een welkome aanvulling op deze editie. Van de drie bijlages is met name het overzicht van de houding van de priesters die werkzaam waren in de Hollandse Missie ten opzichte van Codde waardevol voor vervolgonderzoek. Daarnaast maakt het uitgebreide personenregister het mogelijk dit omvangrijke werk snel te doorzoeken. Het ontbreken van een zakenregister is, zeker gezien de uiteenlopende informatie die de dagboeken verschaffen, een gemis.

Schoon heeft de enorme klus van het vertalen en inleiden van deze bronnen tot een succesvol einde gebracht. Vanwege de focus op primaire bronnen die in een klerikale context ontstaan zijn, behoort dit werk tot het wat meer traditionele kerkhistorische onderzoek naar het schisma. Desalniettemin biedt de schat aan informatie in de door Schoon vertaalde bronnen ook veel van waarde voor academici uit andere onderzoeksgebieden. Het is dan ook de verwachting dat deze mooie en knap vormgegeven editie niet alleen een belangrijke impuls zal geven aan het onderzoek naar de scheuring binnen de katholieke kerk in de Republiek, maar ook aan breder cultuurhistorisch onderzoek naar het Nederlands katholicisme in de vroegmoderne tijd.