Gedurende de Historicidagen in Groningen is de Low Countries History Award, voor het beste artikel in de afgelopen drie jaargangen van de BMGNLow Countries Historical Review, uitgereikt aan Nicole Immler voor haar bijdrage “Hoe koloniaal onrecht te erkennen? De Rawagede-zaak laat kansen en grenzen van rechtsherstel zien” (BMGN 133:4 (2018) 57–87, http://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10613). De jury is van mening dat dit artikel laat zien hoe urgent goed historisch onderzoek kan zijn als bestaande opvattingen en conventies ter discussie worden gesteld.

Ook in dit themanummer van BMGNLCHR staat het koloniale verleden centraal en ook hier geldt dat in de bijdragen de grenzen van de geschiedschrijving worden verkend. Letterlijk, in dit geval. De auteurs nemen als uitgangspunt dat het kolonialisme nooit louter een zaak was van nationale belangen, maar altijd de nationale grenzen in Europa heeft overschreden. Imperialisme was niet alleen een zaak van ambitieuze natiestaten, het beïnvloedde het ontstaan van het moderne Europa, zoals gastredacteur Bernhard Schär stelt in zijn inleiding van dit themanummer over Nederlands-Indië en Europa, ca. 1800–1930. Nederlands-Indië bood immers vele Europeanen kansen om carrières op te bouwen of fortuin te maken.

Het bezit en het tentoonstellen van objecten uit de koloniën door Europese musea staat al geruime tijd ter discussie. Ook musea in landen die nooit koloniën hebben gehad beschikken over soms indrukwekkende koloniale collecties. De wijze van verwerving van deze objecten werpt nieuw licht op het brede, Europese karakter van het culturele imperialisme. Caroline Drieënhuizen laat in haar bijdrage zien hoe twee Indo-Europeanen in Nederlands-Indië door het aanleveren van etnografische objecten aan Europese musea buiten Nederland hun ‘Europees-zijn’ onderstreepten en zo hun sociale status vergrootten. Daardoor werden de cultuur en de koloniale geschiedenis van Nederlands-Indië onderdeel van de Europese culturele identiteit.

Mikko Toivanen bespreekt de publicatie in Nederland van de verslagen van de reizen van drie niet-Nederlanders in Nederlands-Indië. Krantenartikelen over hun wederwaardigheden en de boeken die zij publiceerden over hun reizen boden in hun onbevangen verslaglegging argumenten voor en tegen grotere vrijheid voor de Indonesische bevolking. Deze publicaties vonden hun weg naar de heftige politieke debatten in Nederland over de koloniale kwestie in de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw.

De geschiedenis van de Natuurkundige Commissie voor Nederlandsch-Indië laat zien dat ook de natuurwetenschappen gemakkelijk de grens overgingen. Door een analyse van het veldonderzoek van de Commissie toont Andreas Weber aan hoezeer de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van collectievorming vervlochten is met de geschiedenis van het Nederlandse kolonialisme. Nederlanders maakten in en om de befaamde botanische tuinen van Buitenzorg op grote schaal gebruik van de kennis van wetenschappers uit andere Europese landen en van de lokale bewoners van Nederlands-Indië.

Sophie Junge deed onderzoek naar de internationale productie en receptie van prentbriefkaarten over Nederlands-Indië. Ze laat zien hoe via prentbriefkaarten Europese ideaalbeelden van een succesvol geregeerde kolonie in Zuidoost-Azië werden verspreid in Europa. Aan de hand van een specifieke set van ansichtkaarten die in 1924 vanuit Soerabaja (het huidige Surabaja) naar Zwitserland werd verstuurd, laat Junge zien hoe Zwitserse individuen deelgenoot werden van een brede Europese koloniale cultuur.

Het Nederlandse koloniale leger bestond voor ongeveer veertig procent uit Europeanen die uit andere landen afkomstig waren. Philipp Krauer laat aan de hand van de geschiedenis van een Zwitserse hotelier in Harderwijk, vestigingsplaats van het Koloniaal Werfdepot, zien hoe Europees de oorlogvoering in Nederlands-Indië feitelijk was. De Nederlandse koloniale oorlogen boden niet-Nederlanders een militaire carrière, waardoor ook soldaten uit de lagere klassen betrokken raakten bij het Nederlandse imperialisme. Bovendien dwongen de praktijken van ronselaars, zoals de Zwitserse hotelier, overal in Europa tot regelgeving.

Met dit nummer neemt de redactie afscheid van bureauredacteur Monica Soeting. Monica heeft naast al haar overige wetenschappelijke, literaire en redactionele activiteiten de afgelopen jaren ook nog op onberispelijke wijze de eindredactie en de recensiestroom van de BMGN verzorgd. De redactie is haar veel dank verschuldigd. Ze wordt opgevolgd door Hans Spijker die eerder al tijdelijk voor de BMGN heeft gewerkt.

From the Editors – Editorial

In Groningen, during the ‘Historicidagen’, the Low Countries History Award, for the best article in the past three volumes of BMGNLow Countries Historical Review, was awarded to Nicole Immler for her contribution “Hoe koloniaal onrecht te erkennen? De Rawagede-zaak laat kansen en grenzen van rechtsherstel zien” (BMGN 133:4 (2018) 57-87, http://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10613). The jury underlined that this article shows how urgent good historical research can be if existing views and conventions are put to the test.

This special issue of BMGNLCHR is also dedicated to the colonial past and in its contributions, the boundaries of history writing are explored. All authors take as point of departure that colonialism was never exclusively a matter of national interests, but has always crossed the national borders within Europe. Imperialism was not just driven by ambitious nation-states, it affected the formation of modern Europe, as the guest editor Bernhard Schär states in his introduction to this special issue on the Dutch East Indies and Europe, ca. 1800–1930. The Dutch East Indies offered many Europeans opportunities to make a career or a fortune.

There is an ongoing debate on the possession and exhibition of colonial objects by European museums. Even in countries that never had colonies, museums sometimes own impressive colonial collections. Examining the ways they purchased these objects sheds new light on the broad European nature of cultural imperialism. In her contribution Caroline Drieënhuizen shows how two Eurasians in the Dutch East Indies emphasized their ‘Europeanness’ by supplying ethnographic objects to European museums outside the Netherlands, in order to enhance their social status. In doing so, the culture and colonial past of the Dutch East Indies became part of European cultural identity.

Mikko Toivanen discusses the publication in the Netherlands of the reports of three non-Dutch travellers in the Dutch East Indies. Their uninhibited reporting about their travels, published in books and journal articles, offered arguments in favour and against greater freedom for the Indonesian population. In the 1860s and 1870s these arguments found their way into the fierce political debates on the colonial question in the Netherlands.

The history of the Natuurkundige Commissie voor Nederlandsch-Indië (Committee for Natural History of the Netherlands Indies) shows that the natural sciences also easily crossed borders. In an analysis of the field research of the Committee Andreas Weber demonstrates how the history of the natural sciences and scientific collection building are intertwined with the history of Dutch colonialism. In and around the famous botanical gardens of Buitenzorg (present-day Bogor) the Dutch made extensive use of the expertise of European scientists and local inhabitants of the Dutch East Indies.

Sophie Junge examined the international production and reception of picture postcards from the Dutch East Indies. She shows how European ideal images of a successfully governed colony in Southeast Asia were distributed in Europe. By means of a specific set of postcards sent from Soerabaja (present-day Surabaya) to Switzerland, Junge shows how Swiss citizens shared in a broad European colonial culture.

The Dutch colonial army comprised roughly forty percent non-Dutch Europeans. Through the history of a Swiss hotel manager in Harderwijk, residence of the Colonial Recruitment Centre, Philipp Krauer shows the European nature of warfare in the Dutch East Indies. The Dutch colonial wars offered non-Dutch soldiers a military career, and as a consequence soldiers from the lower classes became involved in Dutch imperialism. In addition, the practices of recruiters like the Swiss hotel manager, forced the authorities all over Europe to take appropriate measures.

With this issue the editors bid farewell to desk editor Monica Soeting. In addition to all her other scientific, editorial and literary activities in the past years, Monica was responsible for the impeccable text-editing and for the organisation of the online book reviews of the BMGN. The editors are immensely grateful for her dedication. She is succeeded by Hans Spijker who has already worked for the BMGN temporarily.