De Schots-Nederlandse officier John Gabriel Stedman (1744-1797) schreef een van de bekendste en indrukwekkendste boeken over de op slavernij gebaseerde samenleving in Suriname aan het einde van de achttiende eeuw: Narrative, of a five years’ expedition against the Revolted Negroes of Surinam. Dit boek verscheen in 1796, een jaar voor Stedmans dood in Londen. Dichter in de jungle is de eerste boekvullende Nederlandstalige biografie van Stedman, gebaseerd op een groot aantal autobiografische bronnen, waaronder dagboeken, brieven en memoires, aangevuld met biografisch en lokaal onderzoek op de plaatsen waar Stedman zijn leven leidde: Bergen op Zoom, Schotland, Steenbergen, Heusden, Nijmegen, Deventer, Zutphen, Londen, Suriname, Paramaribo en het binnenland van Suriname; de plantages l’Espérance, Maagdenburg, Barbacoeba en de Cassipoerakreek, en weer terug in Europa: Den Bosch, Den Haag, Londen, Tiverton, Hensleigh House, Devon en Dunfermline. Gezien de bekendheid van zijn boek verbaast het dat Stedman slechts vier en een half jaar van zijn 53-jarig leven in Suriname woonde. Stedman heeft er in de titel van zijn boek vijf jaar van gemaakt; vermoedelijk waren zijn jaren in Suriname achteraf gezien voor hem de indrukwekkendste en meest bijzondere van zijn leven, ver weg van Noord-West Europa, en binnen Suriname ver weg van de stad Paramaribo.

Hoe en waar zijn de papieren en bronnen van en over Stedman bewaard gebleven? Zoals zo vaak begint het behoud van documenten met één lezer die er de waarde van inziet. De Londense uitgever Stanbury Thompson kocht omstreeks 1940 een doos oud papier, zag dat de documenten van Stedman waren, deed genealogisch onderzoek en vond in Koblenz een nakomelinge van een broer van Stedman, Hilda von Barton Stedman, die het familiearchief bleek te beheren. Zij gaf Thompson toegang tot het archief en hij begon erover te publiceren in 1962 en 1966. De archieven gingen in 1972 over naar het antiquariaat Maggs Brothers in Londen en in 1981 naar de James Ford Bell Library in Minneapolis. Die bibliotheek verwierf in 1966 het manuscript van Stedmans Narrative. In 1978 zag het bekende antropologenechtpaar Richard en Sally Price het manuscript en verzorgden in 1988 na een uitgebreid onderzoek de integrale uitgave ervan.

Stedman was geen abolitionist. Hij verdedigde de slavernij en de slavenhandel zelfs, en eenmaal terug in Engeland weigerde hij zijn steun en handtekening aan abolitionistische petities. Van Gelder laat zien dat Stedmans uitgever in Londen, Joseph Johnson, wel een tegenstander van de slavernij was en ook radicale feministische teksten publiceerde. Johnson wilde het manuscript uitgeven als een tekst die de beweging tegen slavernij kon ondersteunen. De bekende afbeeldingen van de straffen die slaven ondergingen, zoals de tekeningen van William Blake, hebben Johnsons ideeën waarschijnlijk sterker bevorderd dan Stedmans teksten. Het lijkt erop dat niet alleen Stedman, maar ook de redacteur die door Johnson werd aangesteld minder bezwaar had tegen de slavernij dan de uitgever. De redacteur die met de enorme hoeveelheid teksten van Stedman aan de slag ging, heeft zelfs, zoals Van Gelder overtuigend laat zien, flink wat radicale ingrepen gedaan: zij of hij heeft een groot aantal verontwaardigde passages over de slavernij verwijderd en de gepubliceerde tekst racistischer gemaakt dan het oorspronkelijke manuscript was. Desondanks is het boek een wapen in de handen van de antislavernijbeweging geworden. Dit komt, meent Van Gelder, door de krachtige werking van de bekende illustraties van de kunstenaars die er aan meewerkten.

De boektitel en het beeld van ‘Dichter in de jungle’ die Van Gelder koos, bevatten echter het risico van romantisering. Stedman was, zoals Van Gelder zelf duidelijk maakt, in de eerste plaats een militair. Hij bewoog zich zijn hele leven lang in militaire kringen en in kringen van veteranen, en richtte zich als schrijver op lezers die in militaire avonturen waren geïnteresseerd. Hij sloot zich als militair aan bij koloniale expedities die bedoeld waren om de marrons te bestrijden en te doden. De opdracht aan dergelijke expedities was de marrons uit te roeien; daarvoor was in de achttiende eeuw in Nederland geld voor de expedities bijeengebracht. Dit aspect van Stedmans leven is in Van Gelders boek te veel op de achtergrond geraakt. Van Gelder vertelt wel over Stedmans militaire leven, maar plaatst Stedman wat dit betreft in de schaduw van zijn kolonel Fourgeoud en beschouwt hem niet als een actief handelende soldaat. Slechts in enkele bijzinnen lezen we dat Stedman ‘orde op zaken stelt’ (160), of ‘moet onderzoeken of er zich nog marrons bevonden’(170). De militaire operaties waar Stedman aan deelnam omschrijft Van Gelder als een aaneenschakeling van mislukkingen waarvan de Europese militairen het slachtoffer waren: van het weer, ziektes, gebrek aan voedsel en overlast van ongedierte. Daders waren zij niet, zo lijkt het in Van Gelders weergave, eerder slachtoffers van de marrons. Van Gelder heeft wel bewondering voor de marrons die de miserabele Europeanen steeds te snel en te slim af zijn, en vermeldt de moorden die de marrons op Europese slaveneigenaren pleegden. Hebben Fourgeoud en Stedman marrons vermoord, dan geeft Van Gelder dat sec en verhullend weer, zoals in de volgende zinnen: ‘De volgende dagen zuiverden Fourgeouds troepen het omringende gebied’ (156) en ‘Ze vernietigden 59 huizen en drie kostgronden’ (172). Deze weergave van vierenhalf jaar lang expedities naar het binnenland van Suriname, weliswaar met lange periodes van wachten en rondhangen, minimaliseert Stedmans actieve betrokkenheid bij activiteiten en handelingen die gericht waren op het in stand houden van de slavernij. De vele kostbare, door de Staten Generaal, de West Indische Compagnie en de Sociëteit van Suriname georganiseerde campagnes hadden het opheffen van belemmeringen voor de opbrengsten van de suiker- , koffie- en andere plantages als primair doel. Doordat Van Gelder steeds de nadruk legt op de ellende en de tragiek in de levens van Stedman en diens makkers blijft deze context van gewelddadigheid verborgen.

Dichter in de jungle is mooi uitgegeven en geïllustreerd met relevante kaarten en kleurenafbeeldingen. Van Gelders stijl is vlot en het boek is goed teogankelijk. Na het lezen van deze biografie zullen lezers wellicht nieuwsgierig zijn naar de integrale editie van Stedmans Narrative. Wie meer wil lezen over Stedman en over de context waarin hij, zijn zeer geliefde vrouw Joanna, hun zoon John en de tot slaaf gemaakte Quaco leefden, raad ik een uitstekend, recent gepubliceerd artikel van de Noord-Amerikaanse historica Natalie Zemon Davis aan: https://bukubooks.wordpress.com/davis/judges/, net als de zeer goed gedocumenteerde blog van de Nederlandse onderzoekster Ineke Mok: https://www.cultuursporen.nl/2018/05/johanna-persoon-en-personage-aflevering-1/#_ftn18