In Een Open Zenuw. Nederland, Israël en Palestina vraagt Peter Malcontent zich af waarom het in Nederlandse wetenschappelijke kringen stil blijft wanneer het ‘Israël/Palestina-conflict’ ter sprake komt.1 Hij relateert dit stilzwijgen aan het gegeven dat het ‘conflict’ altijd een ‘open zenuw’ is geweest voor de Nederlandse regering en dat de emoties op politiek, wetenschappelijk en publiek niveau vaak hoog oplopen. Volgens Malcontent ontbreekt het in deze debatten aan nuance en historisch besef. Door middel van uitgebreide historische documentatie en analyses biedt Een Open Zenuw nieuwe inzichten in de ontstaansgeschiedenis van dit ‘conflict’ en de Nederlandse rol erin.

In tegenstelling tot de beperkte en verouderde bestaande literatuur, die zich voornamelijk richt op de verhouding tussen Nederland en Israël of zich limiteert tot specifieke perioden in de geschiedenis van het ‘conflict’, biedt Malcontent voor het eerst een wetenschappelijke interpretatie van de integrale geschiedenis van de Nederlandse houding ten opzichte van het Israël/Palestina-conflict. Hij kijkt daarbij niet simpelweg naar de vraag ‘hoe kunnen we een einde maken aan het conflict?’, maar richt zich op de bredere historische context die tot het conflict heeft geleid.2 Verfrissend is Malcontents poging verder te kijken dan het incomplete historisch geheugen dat het ontstaan van ‘het conflict’ kenmerkt als na 1945. Anders dan de meeste bestaande studies schenkt Malcontent ook gedegen aandacht aan de wijze waarop de Palestijnse kwestie in de Nederlandse context vorm kreeg en hoe deze, in tegenstelling tot Israël, constant het onderspit delfde. De schrijver beroept zich op breed onderzoek in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en informatie uit interviews met voormalige ministers van Buitenlandse Zaken en diplomaten, zoals Dries van Agt, Jozias van Aartsen, Ben Bot, Bert Koenders, Koos van Dam en Robert Serry. Twee vragen staan in het onderzoek centraal: ‘Waarom is Nederland – een land dat er al decennia prat op gaat de mensenrechten hoog in het vaandel te hebben – nooit met zijn volle gewicht achter het Palestijnse recht op zelfbeschikking gaan staan?’ en: ‘Hoe komt het dat Nederland anno 2017 nog steeds geldt als een relatief pro-Israëlisch land’?

In acht hoofdstukken gaat Malcontent op zoek naar een antwoord op deze vragen, waarbij hij tot de conclusie komt dat de Nederlandse houding ten opzichte van Israël en de Palestijnen gekenmerkt wordt door een algeheel politiek beleid van ‘neutraliteit’ en ‘stilzwijgen’ rondom het Zionistisch project tussen 1917 en 1949, onaantastbare steun voor Israël in de jaren vijftig en zestig en noodgedwongen aandacht voor de Palestijnse oproep tot zelfbeschikking na 1967 onder druk van andere Europese lidstaten. Centraal staan Nederlands politiek-economisch eigenbelang, schuldgevoelens met betrekking tot het Nederlandse aandeel in de Holocaust en de ongenuanceerde wij-zij retoriek van na 9/11, die geleid heeft tot het in de publieke verbeelding over één kam scheren van de Palestijnse strijd tot zelfbeschikking met islamistisch georiënteerd terrorisme. Malcontents boek brengt belangrijke nuances aan in de huidige openbare politieke en wetenschappelijke debatten over Israël en de Palestijnen door te laten zien hoe de Israëlische agressie jegens de Palestijnen telkens weer wordt ondergesneeuwd door Nederlands en Israëlisch eigenbelang, vooroordelen en pragmatisme.

Om zijn analyse kracht bij te zetten, geeft Malcontent vooral aandacht aan die momenten in de geschiedenis waarop er meer ruimte was voor kritiek op Israël, onder andere tijdens de regeringsperioden van Menachem Begin, Ariel Sharon en Benjamin Netanyahu. Ironisch genoeg betekende kritiek op Israël niet direct een groeiende Nederlandse sympathie voor het Palestijns recht op zelfbeschikking. Malcontent maakt een belangrijk onderscheid tussen humanitaire en economische steun voor de Palestijnen na 1948 – het meest karakteristiek is Malcontents verslag van Nederlandse financiële steun voor het bouwen van een haven in Gaza, die tijdens de bouw tweemaal werd platgewalst door het Israëlische leger – en politieke steun voor het Palestijnse recht op zelfbeschikking, die grotendeels uitbleef om de relatie met Israël en de Verenigde Staten niet te compromitteren. Tot op de dag van vandaag staat Nederland bekend als een van de meest pro-Israëlische lidstaten in de Europese Unie en heeft het de reputatie dat het het voortouw neemt bij het blokkeren van moties die Palestijnse zelfbeschikking hopen te bevorderen.

Naast de grondig gedocumenteerde verslagen van Nederlandse en Europese politieke beslissingen, moties, humanitaire en economische steun, inmenging en terughoudendheid jegens het ‘conflict’ is er een aantal andere zaken die Malcontents boek bijzonder maakt. Malcontent begint met een uiteenzetting van de relatie tussen de zionistische beweging en Europese grootmachten als het Verenigd Koninkrijk en Nederland in fin de siècle Europa. Hij plaatst zionistische belangen binnen een bredere context van zowel oplaaiend Europees nationalisme en imperialisme als groeiend antisemitisme. Nederland zelf stelde zich lange tijd terughoudendheid op ten opzichte van het zionisme. Een belangrijke kwestie die Nederland er tot 1949 van weerhield zich publiekelijk achter het zionisme en Israël te scharen, was de koloniale bezetting van Nederlands-Indië. Angst voor onrust onder de grotendeels islamitische bevolking van Nederlands-Indië leidde er zelfs toe dat Nederland, onder druk van Europese landen, een van de laatste was die de staat Israël na 1948 officieel erkende. Pas in de jaren dertig boog de regering zich met weinig enthousiasme over het zionisme, toen NSB-Kamerleden voorstelden Nederlands andere kolonie, Suriname, te schenken aan de zionisten als een Joods tehuis. Nadat het Nederlands koloniaal eigenbelang teloor was gegaan, transformeerde Nederland zich in de jaren vijftig tot een van de meest uitgesproken pro-Israëlische landen van Europa. Hoewel de Palestijnen niet volledig uit het Nederlandse vizier verdwenen, bleef de Nederlandse steun aan hen slechts van humanitaire aard.

Een tweede belangwekkend aspect is Malcontents uitweiding over sociaal-maatschappelijke krachten die wel of geen invloed hebben gehad op het Nederlandse regeringsbeleid ten opzichte van Palestina. Centraal hierin staan de sociaal-politieke marginalisering van het Nederlands Palestina-Komitee (NPK) en de successen van de pro-Israël lobby onder leiding van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en haar banden met de Nederlandse regering. In deze context is Malcontents stilzwijgen over de Palestijnse Boycot, Desinvestering en Sancties Beweging (BDS) opvallend. In 2004 riepen meer dan honderd Palestijnse maatschappelijke organisaties in navolging van de boycotbeweging in het Zuid-Afrika van de Apartheid op tot een internationale boycot, desinvestering en sancties van Israël totdat dit land zich aan internationale verdragen en mensenrechten houdt. Malcontent noemt kort Uri Rosenthals aanval op de Nederlandse hulporganisatie ICCO in 2011. ICCO werd door Rosenthal op het matje geroepen voor haar financiële steun aan het BDS-gezinde journalistieke platform Electronic Intifada (EI). Malcontents aandacht voor de rol van de BDS-beweging limiteert zich tot dit enkele incident, en dat terwijl de BDS-beweging al sinds haar oprichting in 2004 zowel de Nederlandse politiek als ook pro-Palestijnse en pro-Israëlische groeperingen in Nederland structureel beïnvloedt. Dit is onder andere terug te zien in parlementaire discussies over het correct labelen van producten uit illegale Israëlische nederzettingen, oproepen tot de boycot van Israëlische staatsgesubsidieerde culturele instellingen, pogingen van het CIDI om universitaire aangelegenheden te blokkeren en wetenschappers die zich richten op Israël-kritiek te intimideren.3

Een Open Zenuw. Nederland, Israël en Palestina is een belangrijk boek dat in de Nederlandse wetenschappelijke, politieke en publieke context een nieuwe impuls kan geven aan ongenuanceerde en vastgeroeste vooronderstellingen die het Nederlandse Israël/Palestina-debat al decennia lang in hun greep houden. Het boek biedt geen oplossing voor dit politieke vraagstuk, maar presenteert, misschien nog wel belangrijker, een nieuwe manier om het te begrijpen.