Hoogleraar geschiedenis aan de Tilburgse universiteit Arnoud-Jan Bijsterveld heeft een zo compleet mogelijke geschiedenis geschreven van de familie Polak uit Tilburg. Aanleiding voor het boek was de aankoop van een huis in Tilburg waar de schrijver in woont en waar de familie Polak tot in 1941 in woonde. De naam van de familie op de bouwtekeningen was voor Bijsterveld voldoende om een zoektocht te beginnen die gedurende vijftien jaar leidde naar een grote hoeveelheid kennis en inzicht over alle betrokkenen van de familie Polak; slachtoffers van het naziregime en nabestaanden in Nederland en daarbuiten. Omdat een aanzienlijk deel van hen in de Verenigde Staten woont en Bijsterveld zich zeer verantwoordelijk voelde voor deze geschiedenis, heeft hij zijn boek in het Engels geschreven. Zo wordt het huis begin- en eindpunt van een levende geschiedenis, toegankelijk voor een internationaal publiek.

De uitgeplozen familie Polak toont een interessante geschiedenis. Hans en Bertha Polak-Cohen lieten het huis in Tilburg in 1927-1928 bouwen. Hun zoon Bertram Polak kwam om in Auschwitz, en in 2011 lukte het Bijsterveld om een Stolperstein (struikelsteen) met Bertram Polaks gegevens erop in de stoep voor het huis te laten plaatsen, als permanente markering. Hierging een uitgebreid onderzoek aan vooraf, en in zijn weergave daarvan vertelt Bijsterveld over archieven, stambomen, betrokkenen en nabestaanden. Het beginpunt van de reconstructie is het onderzoek naar de oudst bekende voorouder van de familie Polak, die Machiel Yechiel Simon Shabtay heette en in 1742 in Amsterdam stierf. In Tilburg begint Barend Polak in het jaar 1878 samen met de Tilburgse Michiel A. de Haas een handel in huiden en aanverwante producten. In de decennia daarna gaat Polak door met het leveren van leer aan de schoenenindustrie in de regio. Het echtpaar Polak ontvlucht Nederland in mei 1940; hun zoon Bertram, sergeant en gemobiliseerd, blijft achter. In 1941 koopt een Duitse nazi het huis en moet de zoon vertrekken. Het bedrijf van de Polaks wordt onteigend. Bertram probeert met drie vrienden naar Engeland te vluchten, maar dat mislukt. Ze worden gearresteerd en komen in Kamp Amersfoort terecht. Uit Amersfoort vertrekt op 16 juli een transport naar Auschwitz, dat daar op 17 juli aankomt. De joodse vrienden zijn huisarts Fred de Wit, het echtpaar Bobby Spier en Tineke Spier-Bendien, joodse vluchtelingen. Auschwitz is op dat moment nog in aanbouw. Bertram, Fred en Bobby komen in de eerste barakken van Birkenau terecht, vlakbij de plek waar de treinen aankomen. Na vier weken, op 17 augustus 1942, worden zij in Auschwitz-Birkenau vermoord. Tineke is halfjoods en wordt eerst naar de gevangenis in Scheveningen en vervolgens eind september 1942 naar Ravensbrück gestuurd. Daar zit ze tot begin maart 1945 gevangen, waarna ze naar Mauthausen wordt overgebracht. Daar sterft ze nog geen twee weken later.

Bijsterveld vermeldt alle banden en verbanden die hem in staat stelden in het onderzoek verder te komen. Als mediëvist was het nieuw voor hem om in een historisch onderzoek ook nabestaanden en betrokkenen aan het woord te kunnen laten. Dit lukte hem echter pas na vele jaren. Weliswaar had hij de informatie over Bertram Polak al spoedig gevonden, bij Yad Vashem in Israël. De nabestaanden en familieleden kwamen echter pas in beeld toen hij de struikelsteen aanvroeg en informatie over Bertram Polak op de website van het Digitaal Joods Monument had gezet. Een genealoog in Pittsburgh zag de gegevens en herkende de naam van zijn grootmoeder, Judith Rothstein-Polak, en van haar neef Bertram Polak. Hij bracht Bijsterveld in contact met de oudste familieleden in Philadelphia en zo kwam Bijsterveld achter de familiegeschiedenis. De gevluchte Hans Polak was al in 1942 gestorven, nog maar 54 jaar oud. Hij had tevergeefs geprobeerd zijn zoon naar de Verenigde Staten te halen. Het verdriet over het lot van Bertram was zo groot dat er in de familie niet meer over hem werd gesproken. In de familieverhalen over het verleden lag steeds de nadruk op de ontsnapping naar de Verenigde Staten. Het huis van Hans Polak en dat van zijn broer Alfred in Tilburg kwam in 1947 terug in het bezit van de familie. Na Alfreds dood vestigden zijn gezinsleden zich in de jaren vijftig in Israël.

House of Memories is chronologisch opgezet. Het eerste deel beschrijft het huis en de vooroorlogse familiegeschiedenis. Deel twee gaat over de oorlogsjaren, met de nadruk op de vluchtpoging van Bertram en zijn vrienden, en de onteigening van de familie Polak. Het derde deel betreft de terugkeer naar Nederland na de oorlog, het rechtsherstel en de verspreiding van de familie. De familiegeschiedenis is zo compleet mogelijk weergegeven en ook in het betrekken van nabestaanden bij zijn onderzoek is Bijsterveld actief en bewust te werk gegaan. Dit levert een in alle opzichten indrukwekkende reconstructie op. Bijstervelds hoofddoel was het aanbieden van het familiegeschiedenisboek aan de nog levende familieleden. Dat is gelukt, en de familieleden waren er duidelijk verbaasd over en vol waardering. Voor de niet direct betrokken lezer is het Engelstalige boek van 486 pagina’s een mooie casestudy en een uitstekend voorbeeld voor familiegeschiedenissen. Het onderzoek, de auteur geeft dit zelf toe, was een beetje uit de hand gelopen en het moest een keer af. Om een Nederlandstalig publiek en het onderwijs te bereiken lijkt een omwerking van het boek tot een aanzienlijk kleinere kernachtige publicatie een goed idee. Samen met de film en de informatie online kan de familie Polak in Tilburg dankzij Bijstervelds intensieve onderzoekswerk en energieke verbindende activiteiten in levendige gedachte blijven van de komende generaties.