Dat in het Haags Gemeentearchief een schat aan bronmateriaal beschikbaar is dat inzicht geeft in de geschiedenis van de Haagse diaconie, daarover kan na het lezen van het in 2017 verschenen boek Diaconie. Vijf eeuwen armenzorg in Den Haag van Jurjen Vis geen twijfel meer bestaan. In 2012 vormde de samenvoeging van het oude archief, waarvan de oudste stukken uit de zestiende eeuw dateren, het nieuwe archief, van na 1945, en de inventarisatie van de laatste archiefstukken, de aanleiding voor een grootschalig onderzoek naar de geschiedenis van de Haagse hervormde diaconie. Dit boek beschrijft het reilen en zeilen binnen deze religieuze instelling vanaf haar eerste activiteiten – die op zijn vroegst gedateerd kunnen worden in 1572 – tot aan de kerkenfusie in 2004 waarbij de Nederlands Hervormde Kerk opging in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Diaconie, dat uit maar liefst twintig hoofdstukken bestaat, is chronologisch opgezet, hoewel een aantal hoofdstukken thematisch van aard is. Na een korte voorgeschiedenis over de armenzorg in Den Haag in de periode van de veertiende eeuw tot de Reformatie, gaat de auteur in diverse hoofdstukken uitgebreid in op de oprichting van de diaconie in de late zestiende eeuw, de eerste diakenen en hun taken. Vis neemt ons mee naar de Grote Kerk, waar de diakenen tijdens de dienst vele duizenden guldens voor de ‘huisgenoten des geloofs’ ophaalden. De ontwikkeling van de Haagse diaconie wordt mooi verweven met de toenmalige economische en politieke context, waardoor het boek niet alleen inzicht geeft in de geschiedenis van deze armenzorginstelling, maar ook in de geschiedenis van Den Haag. In de zeventiende en achttiende eeuw vervulde de diaconie een belangrijke taak: ze zorgde niet slechts voor de ‘eigen’ armen, maar ook voor behoeftige stedelingen die niet als lidmaat ingeschreven stonden. Periodes van crisis, zoals het rampjaar 1672, maakten het moeilijk inkomsten te vinden om een groeiende groep behoeftigen te ondersteunen. In de negentiende eeuw moest de diaconie tegemoetkomen aan de wens van de overheid om meer zeggenschap te krijgen over de armenzorgpraktijk. In 1854 koos de Haagse diaconie er als eerste grote diaconie van Nederland voor om af te zien van een gemeentelijke subsidie. In de tweede helft van de twintigste eeuw moest ze zich diverse malen bezinnen op haar taken, zoals tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat en, vanaf de jaren tachtig, toen de overheid de sociale zorg aan verschillende instellingen overdroeg.

Diaconie is een mooi geschreven boek waarin de passie van de auteur voor archiefonderzoek duidelijk naar voren komt. Het is prachtig vormgegeven met diverse kaartjes, foto’s, gravuren en andere afbeeldingen. Het boek blinkt uit in het toegankelijk maken van een grote hoeveelheid archiefmateriaal, maar de auteur heeft het nagelaten analytische vragen te stellen bij deze bronnen. In de inleiding wordt geen onderzoeksvraag gesteld, een conclusie ontbreekt en ook een rode draad is in het boek afwezig. Dit overzichtswerk over de Haagse diaconie is daarmee een indrukwekkend naslagwerk geworden, maar geen boek dat velen van kaft tot kaft zullen lezen. Doordat er weinig gebruik is gemaakt van al bestaande studies over armenzorg in andere steden, blijft onduidelijk in welke aspecten de Haagse diaconie exemplarisch was voor Nederland en in welke opzichten wellicht bijzonder. Aangezien we in de afgelopen decennia dankzij een groot aantal studies veel te weten zijn gekomen over de financiering van sociale zorg, de werkzaamheden van diakenen en de geboden zorg aan behoeftigen in de afgelopen eeuwen, is dat een gemiste kans. Diaconie bestrijkt een lange tijdsperiode, maar doordat het slechts gebeurtenissen beschrijft en geen analytische vragen stelt, draagt het boek slechts beperkt bij aan de bestudering van langetermijnontwikkelingen binnen de geschiedenis van de Nederlandse armenzorg. Welke rol speelde de kerk in de lokale armenzorg in de afgelopen vijf eeuwen? Welke veranderingen zien we in de financiering van zorg? Welke groepen armen werden door de diakenen bijgestaan? En vooral: hoe kunnen veranderingen verklaard worden? Het wordt aan de lezer overgelaten deze analyses te maken.

Aangezien Diaconie in opdracht is geschreven en gebaseerd is op het beschikbare archiefmateriaal, is het wellicht niet verwonderlijk dat de analytische waarde van het boek beperkt is. De auteur zal tot doel hebben gehad de diaconale archieven te beschrijven en toegankelijk te maken, waarin hij is geslaagd. De schat aan informatie die het boek biedt en de heldere bewoordingen waarin het is geschreven, maken dat Diaconie een goed startpunt vormt voor onderzoek naar sociale zorg in de afgelopen vijf eeuwen.