Toen de Noord-Amerikaanse onderdanen van de koning van Engeland in 1775 in opstand kwamen tegen het koloniaal bestuur hadden ze gebrek aan drie dingen: geld, geld en nog eens geld. In eerste instantie wendden de opstandelingen zich tot bondgenoot Frankrijk, maar al snel werd duidelijk dat ze niet om de Amsterdamse kapitaalmarkt heen konden. In de zomer van 1780 arriveerde John Adams met zijn familie min of meer op eigen houtje vanuit Parijs in Amsterdam op zoek naar erkenning en geld. Kort nadat Groot-Brittannië in december 1780 de oorlog aan de hopeloos verdeelde Nederlandse Republiek had verklaard, werd Adams de formele vertegenwoordiger van het Continental Congress. Zijn belangrijkste opdrachten waren: erkenning van de Verenigde Staten van Amerika (VS) door de Republiek, leningen van Amsterdamse bankiers en een vriendschaps- en commercieel verdrag tussen beide republieken. En dat viel niet mee. De hoge heren in Den Haag hadden weinig sympathie voor de Amerikaanse rebellen. Adams probeerde daarom vooral een wit voetje te halen bij de Amsterdamse bankiers, maar ook zij hielden de boot af. Pas na de slag bij Yorktown in oktober 1781 keerde het tij. In het voorjaar van 1782 gingen zowel Den Haag als Amsterdam overstag: op 19 april kwam er de officiële erkenning door de Staten-Generaal, vanaf 30 april kon er in Amsterdam op een eerste Amerikaanse lening worden ingetekend, en op 7 oktober 1782 ratificeerden de Staten-Generaal het vriendschaps- en commercieel verdrag tussen beide republieken.

De lange weg van de Amerikaanse rebellen voor Nederlandse erkenning en geld kent een rijke historiografie. Al aan het begin van de negentiende eeuw had Jared Sparks onderzoek in Nederlandse, Britse en Franse archieven laten verrichten. Hierna verschenen met enige regelmaat publicaties over de Nederlands Amerikaanse relaties: Rafael A. Bayley (1888), Davis R. Dewy (1902), Friederich Edler (1911), F.W. van Wijk (1921), P.J. van Winter (1927), Jan Willem Schulte Nordholt (1979, 1982), Mira Wilkins (1989) en Wayne te Brake (2009). Daarnaast zijn van met name de Amerikaanse hoofdrolspelers zoals John Adams, Benjamin Franklin, John Jay, maar ook Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol belangrijke delen van hun correspondenties uitgegeven. Dus over de (financiële) verwikkelingen van de nog jonge Amerikaanse republiek met de oude Republiek der Vereenigde Nederlanden zijn we al behoorlijk goed geïnformeerd.

Roland Richter was verbonden aan het centrum voor Neerlandistiek van de Westfaalse-Wilhelms-Universiteit te Munster. Zijn boek heeft een bescheiden uitgangspunt, namelijk om de twee complexe processen van enerzijds de erkenning van de VS en anderzijds de overheidsfinanciering in de vorm van leningen – maar ook de verwevenheid tussen die twee processen – te onderzoeken (12). Het boek kent vier hoofdstukken, waarin in min of meer chronologische volgorde de volgende aspecten aan bod komen: 1) De Amerikaanse buitenlandse politiek, 2) de eerste Amerikaanse diplomatieke contacten met de Republiek (met name de komst van John Adams in de zomer van 1780 in Nederland en de Britse oorlogsverklaring van december dat jaar), 3) de lange weg tot erkenning van de VS door de Staten-Generaal en 4) de eerste Amsterdamse leningen en de totstandkoming van het vriendschaps- en commercieel verdrag in oktober 1782. Kort hierop verliet Adams de Republiek. Het boek eindigt met een epiloog over de verdere Amerikaanse afhankelijkheid van het Amsterdamse geld.

Amerikanische Revolution und niederländische Finanzanleihen is gebaseerd op de correspondenties van verschillende hoofdrolspelers, te beginnen met John Adams, maar ook de Amerikaanse agent in Den Haag François Dumas, de patriot Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol, de Franse ambassadeur in Den Haag Paul-François de Quelen de La Vauguyon en de Amerikaanse ambassadeur in Parijs Benjamin Franklin. Dit zijn bronnen die Jared Sparks in zijn twaalfdelige The Diplomatic Correspondence of the American Revolution in 1830 ook al ten dele had gebruikt en waarop de meeste literatuur is gebaseerd. Het boek van Richter brengt dan ook weinig nieuws en blijft nogal aan de oppervlakte. Zo blijft het pro-Amerikaanse netwerk in Amsterdam, waar Adams niet zonder kon, onderbelicht. Met name het huis van koopman Jean de Neufville vormde lange tijd het epicentrum van de Nederlandse pro-Amerikaanse beweging. Ook wordt aan andere Amerikanen actief in de Republiek en de Britse en Franse netwerken in Den Haag en Amsterdam geen aandacht besteed.

Besluitend: aan de hand van de brieven van de belangrijkste spelers, voert dit boek ons op een overzichtelijke manier door de lange weg naar de Nederlandse erkenning van de VS en de eerste Amsterdamse leningen aan Amerika.