Henk van den Belt (ed.), 400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (Soesterberg: Aspekt, 2015, isbn 978 94 6153 709 6).

Deze bundel beschrijft enkele episodes uit de geschiedenis van de faculteit godgeleerdheid en godsdienstwetenschap van de RuG. Henk van den Belt, Jacob van Sluis, Klaas van Berkel, Jasper Vree en Arie Molendijk nemen ieder een hoofdstuk voor hun rekening, variërend van de theologische disputaties in de vroege zeventiende eeuw tot de carrière van Gerardus van der Leeuw (1890–1950). Er is een beknopte inleiding van Henk van den Belt.

Arthur ten Cate e.a., Over grenzen. Het Korps Mariniers na de val van de Muur, 1989–2015 (Amsterdam: Boom, 2015, 344 pp., isbn 978 94 6105 903 1).

Het korps mariniers heeft in de Nederlandse militaire geschiedenis een bijzondere status, al was het maar vanwege haar leeftijd (‘sinds 1665’). Dit kloeke en rijk geïllustreerde overzichtswerk beschrijft de verschillende missies van het Korps sinds 1989: Irak, Cambodja, Balkan, Caribisch gebied, Afrika, (weer) Irak en Afghanistan. Het besluit met anti-piraterij campagnes tussen 2002–2015. Geschreven in opdracht van het Instituut voor Militaire Historie.

Hans Derks, Verslaafd aan opium. De VOC en het Huis van Oranje als drugsdealers (Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2015, 139 pp., isbn 978 90 253 0709 7).

Het boekje is geschreven ‘voor wie eens wat meer over kolonialisme en het Oranjehuis te weten wil komen’. De titel dekt de lading niet helemaal, want hoofdstuk 7 en 8 gaan over het post-VOC tijdperk. Het handzame, hier en daar suggestief geschreven boek is een verkorte versie van History of the Opium Problem van dezelfde auteur uit 2012.

René van Heijningen, De Muur van Mussert (Amsterdam: Boom, 2015, 184 pp., isbn 978 90 8953 669 3).

Dit boek ‘over een beladen bolwerk’ vertelt het verhaal van vergeten monument uit de Lunterense bossen: de muur die Mussert in 1938 liet bouwen als decor voor zijn ‘hagenpreken’. René van Heijningen bespreekt het bouwwerk in samenhang met ideeën die in nationaalsocialistische kringen leefden over de functie van architectuur, natuur, ritueel en symboliek. Na de oorlog was ‘Musserts muur’ in trek bij padvinders en kampeerders.

C. Houtman, Weerloos voor de rechtbank van de rede. De Bijbel en het vrije denken in Nederland 1855–1955 (Bibliotheca Dissidentium Neerlandicorum; Hilversum: Verloren, 2015, 330 pp., isbn 978 90 8704 541 8).

Eclectische verzameling van historische studies over vrijdenkers en Bijbelkritiek in Nederland. Veel aandacht is er voor het werk van Ferdinand Alexander de Mey van Alkemade (1828–1864) en Multatuli. Het eindigt met enkele persoonlijke observaties van de schrijver en een kritisch ‘redactioneel nawoord’ door Gerlof Verwey.

Adwin de Kluyver, Terug uit de witte hel. Hoe poolreiziger Sjef van Dongen een nationale held werd (Amsterdam: Balans, 2015, 320 pp., isbn 978 94 600 3074 1).

Journalistieke studie over Sjef van Dongens reis naar Spitsbergen met als doel een gestrand Italiaans gezelschap, waaronder generaal Umberto Nobile, uit het poolijs te redden. De reddingsoperatie werd geen succes, maar het verhaal van Sjef eigen ontberingen op de pool wel. Bij thuiskomst in Nederland volgde een heldenonthaal.

Hans Koopmanschap, Grensgebied tussen zand en veen. Een archeologisch perspectief op de middeleeuwse ontginnings- en bewoningsgeschiedenis van de Langstraat en het aangrenzende zandlandschap van Noord-Brabant (Dissertatie Tilburg University 2015; Hilversum: Verloren, 2015, 439 pp., isbn 978 90 8704 495 4).

De ondertitel dekt de lading van deze studie geheel. Deze ‘landschapsbiografie’ is gebaseerd op bijna 120 jaar archeologisch onderzoek in de regio rondom Geertruidenberg en besteedt aandacht aan de ecologische, sociale, economische, politieke en religieuze betekenis van de opgravingen. De lijvige archeologische dissertatie is rijk geïllustreerd, waaronder met foto’s van de auteur zelf, die van wisselende kwaliteit zijn.

Piet Lombaerde, The Notion of the Painter-Architect in Italy and the Southern Low Countries (Architectura Moderna. Architectural Exchanges in Europe, 16th-17th Centuries 11; Turnhout: Brepols, 2014, 311 pp., isbn 978 25 0354 850 0).

In het Italië van de Renaissance was de combinatie schilder-architect heel gebruikelijk. Deze bundel met veertien essays verkent de parallelle geschiedenis van deze beroepscombinatie in de zestiende- en zeventiende-eeuwse Nederlanden, met bijzondere aandacht voor Sebastiano Serlio, Frans Floris, Wensel Cobergher en Peter Paul Rubens. Zeer ruim geïllustreerd in zwart-wit.

Florian Mariage, Des hommes du cru au service du souverain. Répertoire prosopographique du personnel du bailliage de Tournai-Tournaisis (1383–1598) (Studia 151; Brussel: Belspo, 2015, 481 pp., isbn 978 90 5746 734 9).

Lijvig prosopografisch overzicht van het baljuwschap van Doornik en het Doornikse. De biografische portretten, veelal summier, worden voorafgegaan door een inleiding van de instelling en verantwoording van de methodologie.

Konrad Ottenheym, Krista De Jonge (eds.), The Low Countries at the Crossroads: Netherlandish Architecture as an Export Product in Early Modern Europe (1480–1680) (Architectura Moderna. Architectural Exchanges in Europe, 16th-17th Centuries 8;Turnhout: Brepols, 2013, 514 pp., isbn 978 25 0354 333 8).

Deze bundel studies verkent de verspreiding van ‘Nederlandse’ architectuur in vroegmodern Europa. Het plaatst de bouwgeschiedenis in de Nederlanden in een internationaal perspectief en brengt de migratie van kunstenaars, bouwmeesters, beeldhouwers en hun werken in kaart. Bijzondere aandacht is er voor Frans Floris, Hendrik de Keyser en Hans Vredeman de Vies en voor deze Nederlandse ‘invloed’ in Scandinavië, het Oostzeegebied, Engeland, het Duitse Rijk en Spanje.

Alston Purvis e.a. (eds.), Goed fout. Grafische vormgeving in Nederland 1940–1945 (Nijmegen: Vantilt, 2015, 256 pp., isbn 978 94 6004 213 3).

Mooi verzorgde uitgave over vormgeving en propaganda in de Tweede Wereldoorlog. Het overzicht, met aandacht voor zowel ‘het bruine boek’ als de experimenten van Sandberg en Werkman, laat zien hoe Nederlanders vanuit beide kampen (‘goed’ en ‘fout’) werden bestookt met – soms zeer fraai vormgegeven – drukwerk. Voor ‘grijs’ is in deze tweedeling weinig ruimte.

Catherine Secretan, Delphine Antoine-Mahut (eds.), Les Pays-Bas aux XIIe et XVIIIe siècles. Nouveaux regards (Vie des Huguenots 71; Parijs: Honoré Champion, 2015, 298 pp., isbn 978 2 7453 2862 5).

Zeer eclectisch samengestelde bundel als uitkomst van een colloquium in Lyon uit 2012. Een deel van de essays richt zich op de geschiedenis van het cartesianisme in de Republiek, een ander deel op tolerantiepraktijken. Ook het stadhouderschap, Bruegel, Spinoza en ambtenarencultuur komen aan de orde.

Anne-Laure Van Bruane e.a. (eds.), Geloven in Gent. Plaatsen van het religieuze verleden (Gent: Academia Press, 2015, 303 pp., isbn 978 90 382 2542 5).

Rijk geïllustreerd en prachtig vormgegeven ‘koffietafelboek’ over religieuze lieux de memoire in Gent. De bundel neemt uiteenlopende stedelijke lokaties (gebouwen, straten etc) als uitgangspunt voor een verkenning van herinneringsculturen. Hoofdstukken zijn vakkundig geschreven door een keur aan historici onder leiding van Anne-Laure Van Bruaene.

Erik-Jan Zürcher, Kim van der Zouw (eds.), Het Verre Oosten. Oog in oog met het China van Mao (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2016, 146 pp., isbn 978 94 6298 050 1).

Het boek betreft een familieproject: een editie van het onlangs teruggevonden dagboek en de correspondentie van sinoloog Erik Zürcher tijdens zijn reis naar China in 1964. De egodocumenten geven inzicht in een tijd waarin China nog hermetisch afgesloten, communistisch en straatarm was. Het geheel is bezorgd door Eriks zoon, Erik Jan en zijn vrouw Kim van der Wouw.