Whether they cover two years (a mutiny in the Eighty Years War – Kattenberg) or seven years (Jewish persecution and trials of collaborators in the Netherlands and Belgium – Wouters and Zurné) or deal with centuries (the water-board landowners of Rijnland and Schieland – Van Tielhof and Belgian diplomats – Leenders) the incidents, practices and developments considered in these articles all add something new to the historical debate and at the same time demonstrate the topicality of these historical questions. The military rebellion in the Habsburg army during 1599–1601 put the Spanish monarchy in a difficult position. That caused the negotiators to modify their stance quite rapidly and to put interests of state first. In short, they appear to have been very aware of the contemporary political discourse and used it to their advantage.

Negotiating in the interests of the state and ‘noblesse oblige’ are often mentioned in the same breath, but the coupling does not apply to the Belgian corps diplomatique in the period 1840–1940. Its democratisation seems to have been as slow as it was capricious. At the moment when politics were becoming increasingly organised on a democratic basis it appeared opportune to raise middle class diplomats to the nobility. Titled men could serve the Belgian state better. By analysing the representation of landowners in two water-boards Van Tielhof makes a contribution to the study of political participation at various levels. Historians have often dated the origin of this to the late medieval and early modern towns. The author questions and modifies this statement by showing that the towns played a leading role in these rural institutions. This can be explained by both the heavy financial influence of the towns and their interest in solid environmental planning in their own area.

Although the differences between Belgium and the Netherlands are sometimes pointed out in BMGN – Low Countries Historical Review, an analysis of the prosecution of collaborators in the late 1940s reveals a remarkable parallel. In both countries the trials discussed appear not to have been turning points in the culture of memory, but in fact had the function of closure. In both the Netherlands and Belgium the processes ended about 1950, only to be reawakened in the 1960s.

Finally I would like to bring you up to date on a number of changes. In the first place Anne-Marie Mreijen succeeds Aad Blok as Managing Editor a.i. In December Marieke Bloembergen and James Kennedy left the editorial board. They have worthy successors in Alicia Schrikker and Dirk Jan Wolffram. My own tenure as editorial chair will end shortly: the next editorial will be written by Kaat Wils. As the first Flemish editorial chair she will also help form the growing internationalisation and the concomitant changes in the journal.

On behalf of the editors,

CATRIEN SANTING

Of ze nu twee jaar (een muiterij in de Tachtigjarige Oorlog – Kattenberg) of zeven jaar (Jodenvervolging en Daderprocessen in Nederland en België – Wouters en Zurné) omvatten of eeuwen beslaan (de ingelanden van Rijnland en Schieland – Van Tielhof en Belgische diplomaten – Leenders) de in deze artikelen besproken gebeurtenissen, praktijken en ontwikkelingen voegen allemaal iets nieuws toe aan het historisch debat en demonstreren tegelijkertijd de actualiteit van deze historische kwesties. Zo bracht de militaire rebellie in het Habsburgse leger in de jaren 1599–1601 de Spaanse monarchie in een lastig parket. Dat noopte de onderhandelaars snel water bij de wijn te doen en het staatsbelang te doen prevaleren. Zij bleken kortom uitstekend op de hoogte van het contemporaine politieke discours en deden daar hun voordeel mee.

Handelen in het belang van de staat en ‘noblesse oblige’ worden vaak in een adem genoemd, maar die combinatie doet geen opgeld voor het Belgische corps diplomatique in de periode 1840–1940. Zijn democratisering bleek even traag als grillig te verlopen. Op het moment dat de politiek meer en meer op een democratische basis georganiseerd werd, bleek het opportuun burgerlijke diplomaten in de adelstand te verheffen. Getiteld kon men de Belgische staat beter van dienst zijn. Door de vertegenwoordiging van ingelanden in twee hoogheemraadschappen te analyseren, levert Van Tielhof een bijdrage aan de bestudering van politieke participatie op diverse niveaus. De oorsprong daarvan hebben historici veelal in de laatmiddeleeuwse en vroegmoderne steden gesitueerd. De auteur problematiseert en nuanceert deze stelling door te laten zien dat de steden een voortrekkersrol vervulden in deze rurale instellingen. Dit valt zowel te verklaren vanuit het grote financiële gewicht van de steden als het strategisch belang dat zij hadden bij een solide ruimtelijke ordening in de eigen regio.

Hoewel in de BMGN – Low Countries Historical Review nogal eens op verschillen tussen België en Nederland wordt gewezen, levert een analyse van de veroordelingen van collaborateurs uit de late jaren 1940 een opmerkelijke parallellie op. De besproken rechtszaken bleken in beide landen geen breukmomenten in de herinneringscultuur, maar hadden juist een afsluitende functie. In zowel Nederland als België liepen de processen rond 1950 af, om pas in de jaren zestig te herleven.

Graag wil ik u tot slot van een aantal veranderingen op de hoogte brengen. In de eerste plaats is Anne-Marie Mreijen Aad Blok als Managing Editor a.i. opgevolgd. Van Marieke Bloembergen en James Kennedy heeft de redactie in december afscheid genomen. Zij hebben waardige opvolgers gevonden in Alicia Schrikker en Dirk Jan Wolffram. Mijn termijn als redactievoorzitter eindigt binnenkort: het volgende redactioneel zal van de hand van Kaat Wils zijn. Als eerste Vlaamse redactievoorzitter zal zij mede gestalte geven aan de groeiende internationalisering en de daarbij behorende vernieuwingen van het tijdschrift.

Namens de redactie,

CATRIEN SANTING