Tegen de achtergrond van een hedendaags veralgemeend onbehagen in de rangen van de Europese sociaaldemocratie neemt deze bundel vanuit verschillende invalshoeken de naoorlogse geschiedenis van de Nederlandse PvdA onder de loep. De moderne PvdA was het product van een fusie van drie formaties: de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de Vrijzinnig-Democratische Bond en de Christelijk-Democratische Unie. Met deze krachtenbundeling wilden de initiatiefnemers de vooroorlogse verzuilde politieke verhoudingen doorbreken en de machtspositie van de confessionele partijen slechten. Zeventig jaar later kan men zeggen dat die missie geslaagd is. Toch wordt vanaf de aanhef van dit boek alles gerelateerd aan de identiteitscrisis van de West-Europese sociaaldemocratie. Hiermee situeren de teksten zich binnen de heersende internationale introspectie door de wetenschappelijke bureaus van de Europese sociaaldemocratische partijen, bevriende denktanks en academici. Uit die literatuur blijkt dat er een consensus groeit over de oorzaken van de huidige identiteitscrisis, maar dat dit nog niet leidt tot het uitzetten van een nieuwe koers, laat staan een nieuw 21ste-eeuws paradigma voor de sociaaldemocratie.

In elk van de tien bijdragen die deze bundel telt, worden de oorzaken voor de heersende malaise gezocht bij het neoliberale offensief dat vanuit de Verenigde Staten (Reagan) en Groot-Brittannië (Thatcher) vanaf het begin van de jaren 1980 de verzorgingsstaat onder vuur nam. De reactie van de sterk met deze verzorgingsstaat geïdentificeerde sociaaldemocratische partijen wordt door Pieter Nieuwenhuijsen met een religieuze metafoor beschreven: een bekering. Volgens Frans Becker nam de PvdA de ideologische schutkleur van de huidige politieke omgeving aan en raakten de eigen politieke waarden op de achtergrond. Op alle niveaus werden, om nog maar eens Wim Kok te parafraseren, de ideologische veren afgeschud. Het nieuwe paradigma was eveneens van Amerikaans-Britse snit. Het werd gesymboliseerd door ‘jonge’ leiders als Bill Clinton en Tony Blair. In diens New Labour luidde het dat men de oceaan overstak om te leren en vervolgens het Kanaal kruiste om te doceren. Onder Wim Kok en Ad Melkert ging de PvdA, die niet echt op het Angelsaksische model van de Derde Weg had zitten wachten, medeverantwoordelijkheid nemen voor omvangrijke bezuinigingen op publieke voorzieningen en weinig populaire hervormingen van de verzorgingsstaat.

In zijn bijdrage over Europa legt Gerrit Voerman bloot hoe pijnlijk de resultaten van zo’n ‘bekering’ zijn. Terwijl de PvdA vanaf de jaren 1950 opteerde voor een Europese integratie, evolueerde de partij van ‘Geen socialisme zonder Europa; geen Europa zonder socialisme’ naar een Europa waarin de vrije markt centraal stond en de sociale component niet echt uit de verf is gekomen. Vooral de laatste decennia werd daarbij, door de overheveling van tal van begrotingsbevoegdheden naar Brussel, de nationale ruimte voor actief tewerkstellingsbeleid ingeperkt. Aangezien rond de eeuwwisseling de sociaaldemocraten in tien van de (toen) vijftien lidstaten van de EU aan de macht waren, kan niemand volhouden dat deze politieke stroming lijdzaam heeft moeten toezien. Voerman besluit streng dat de PvdA, en meer in het algemeen de Europese sociaaldemocratie, daarmee heeft bijgedragen aan haar eigen onvermogen.

Mede door het Europese eenmakingsproces loopt de naoorlogse geschiedenis van de PvdA inderdaad parallel met die van tal van Europese zusterpartijen. Steven B. Wolinetz plaatst aan het einde van de bundel een aantal van deze partijen in een vergelijkend perspectief. Vele van deze partijen scoren tegenwoordig tien tot twintig procent stemmen minder dan na de Tweede Wereldoorlog en in de jaren 1970 en 1980. Meer dan een louter electorale evolutie wijst dit volgens Joop van den Berg op hun langzame ontworteling. Op dat vlak wordt in de bundel meermaals verwezen naar de maatschappelijke frictie binnen het potentiële PvdA-publiek. De hoger opgeleiden van de middenklasse die internationalisering en multiculturaliteit met vertrouwen tegemoet zien, worden hierbij geplaatst tegenover een door globalisering en Europese eenmaking gekwetste arbeidersklasse met enge terugplooireflexen.

Ruud Koole, Josje den Ridder en Joop van Holsteyn ontdekken op basis van politicologisch survey-onderzoek sporen van eenzelfde verdeeldheid binnen de PvdA-gelederen. Dit duidt niet alleen op een probleem van interne consistentie. Het geeft ook ruimte aan de hardnekkige concurrentie waarmee de PvdA op beide vleugels kampt. Middenklassers kunnen ook terecht bij D66, Groen Links of zelfs VVD. De onderklasse kan verleid worden door het rechtspopulisme van Wilders of door de linkse SP. In wezen tracht die laatste de leemte op te vullen die de PvdA vanaf eind jaren tachtig achterliet. Dat is geen louter volatiel, electoraal gebeuren. Zoals Simon Otjes aantoont, stijgt bij de basis en in het middenkader van de vakbeweging ook de aanhang van de SP ten koste van de PvdA. Enkel voor de vakbondstop is de SP nog geen geschikte partner. De consensusgerichtheid van de top maar ook de draaideur van syndicale verantwoordelijkheid naar PvdA-mandaat of zelfs PvdA-leiderschap blijkt daar niet vreemd aan te zijn. Net als alle andere sociaaldemocratische partijen is de PvdA een partij waar de bestuurspraktijk domineert.

Tegenslagen, zo schrijft Frans Becker, worden dan verklaard als onverdiende pech. Dit voedt de illusie dat uitgekiende campagnes en goede communicatie voor nieuwe vooruitgang zullen zorgen. Het is precies de onderschatting, aldus de voormalige adjunct-directeur van de Wiardi Beckman Stichting, van een duidelijke ideologische positionering die een nieuw wervend en eenmakend project bemoeilijkt.

Een aantal vage contouren niet te na gesproken, zoals het ietwat preutse label ‘postliberalisme’, reiken de auteurs zo een nieuw project niet aan. Maar dat is niet de prioritaire taak van wie de geschiedenis schrijft van zeventig jaar PvdA. En op dat vlak biedt deze bundel een erg waardevolle analyse van de evolutie van de Partij van de Arbeid die inspirerend is voor al wie zich over geschiedenis en toekomst van de sociaaldemocratie en de politieke linkerzijde buigt, in Nederland, maar ook elders in Europa.