Begin 1813 werden de bewoners van Oost-Friesland tot hun ontzetting geconfronteerd met de aanblik van bloedrode ijsschotsen die aanspoelden op hun kust. Dit lugubere verhaal deed althans de ronde in een van de vele berichten en geruchten, die in Holland circuleerden nadat op 25 december 1812 het 29steBulletin van de Grande Armée officieel was gepubliceerd waarin verslag werd gedaan van het catastrofale verloop van de terugtocht van het Franse leger uit Rusland, inclusief de dramatische overtocht over de Berezina. Hoewel het Bulletin optimistisch eindigde met de constatering dat de keizers gezondheid ‘nooit beter was geweest’, sloeg het nieuws bij de bevolking in als een bom. Na 25 december 1812 intensiveerde het protest sterk en feitelijk zou het in Nederland tot de ineenstorting van het Frans regime in november 1813 niet meer rustig worden. De Russische catastrofe betekende niet alleen het einde van het Franse regime in Holland. De door Napoleon verloren veldtocht zou uiteindelijk ook het einde brengen van zijn complete heerschappij.

De ontzagwekkende schaal – zo’n 600.000 militairen namen deel aan de invasie aan Franse zijde –, zijn gevolgen – slechts 20 procent hiervan overleefde de tocht – en de huiveringwekkende ontberingen maken Napoleons Russische veldtocht tot een fascinerende historische gebeurtenis. Deze fascinatie is duidelijk ook terug te vinden in De hel van 1812 van Bart Funnekotter. Funnekotter is historicus, kenner van Napoleon en werkzaam op de redactie van de NRC. Hij is tevens bekend van het radioprogramma OVT. Funnekotters fascinatie voor deze tocht, zo licht hij in een voorafgaand Ten geleide toe, begon met een in de familie overgeleverd horloge dat ooit door een van zijn voorvaderen was meegedragen op de Russische veldtocht. De historische sensatie van dit kleinood prikkelde hem om deze familiegeschiedenis uit te zoeken, waarbij hij al snel stuitte op een opmerkelijke omissie in de literatuur. Op enkele oude studies na was over de deelname van de circa 15.000 Nederlanders zeer weinig te vinden. Dat bevreemdde hem des te meer, omdat al snel bleek, dat in deze veldtocht meer Nederlandse militairen waren omgekomen dan in de Tweede Wereldoorlog.

De familiegeschiedenis groeide zo uit tot een breder historisch onderzoek naar Nederlanders in de Grande Armée tijdens de Russische veldtocht. Daarbij heeft Funnekotter zijn onderzoek uitdrukkelijk begrensd tot de Nederlandse deelname aan de campagne van 1812. Het boek bevat dus geen uitgebreide beschrijving van de oorzaken en de gevolgen van de Russische veldtocht, noch van het Napoleontisch systeem. De inleidende behandeling van de Napoleontische tijd blijft in het eerste hoofdstuk dan ook zeer kort. Deze summiere uiteenzetting van het historisch kader, in het bijzonder de Napoleontische tijd in Nederland, zou als een van de weinige zwakke punten in Funnekotters studie naar voren kunnen worden gebracht. Vooral ook omdat hij in de haast om bij zijn eigenlijke onderwerp te komen nogal laconiek de wording van het Koninkrijk Holland beschrijft, waarbij hij de indruk wekt dat bij zijn ontstaan, in 1806, het Koninkrijk ook al Oost-Friesland omvatte; een departement dat eigenlijk een jaar later in ruil voor Vlissingen aan Holland werd toegevoegd. Zijn keuze om zich op de levensverhalen van de Nederlandse militairen te concentreren is echter een zeer legitieme; te meer omdat hij op de achtergrond toch ook de grote lijnen recht doet.

Funnekotters methodiek is eenvoudig en doeltreffend. Hij inventariseert de Nederlandse legeronderdelen binnen de Grande Armée en neemt uit deze regimenten een of meer militairen die hij kan volgen door brieven en dagboeken, welke informatie hij aanvult met literatuuronderzoek en wat algemeen bronnenmateriaal. Egodocumenten van enkele Nederlanders die verspreid over het leger bij andere, niet specifiek Nederlandse onderdelen dienden, worden in voorkomende gevallen eveneens gebruikt. De schijnwerper staat echter op tien regimenten die voornamelijk uit Nederlandse militairen hebben bestaan. Daarbij wordt Funnekotter geholpen door het feit dat Napoleon er naar streefde om zijn regimenten zoveel mogelijk nationaal homogeen samen te stellen. De Nederlandse eenheden had Napoleon – onder nieuwe namen – van Lodewijk Napoleon overgenomen. De meeste bleven uit beroepsmilitairen bestaan, maar de vier nieuwe Regimenten Infanterie van Linie werden met dienstplichtigen gevuld. Na de inlijving was in 1811 de dienstplicht namelijk ook in heel Holland ingevoerd. In totaal heeft Funnekotter zo van dertig Nederlandse militairen materiaal kunnen verzamelen. De verschillende namen en regimenten zijn overigens zeer overzichtelijk in een appendix bijeengebracht.

Na het Ten geleide, waarin ook het gebruikte ego-documentatiemateriaal kritisch wordt beschouwd, en een kort inleidend hoofdstuk volgt Funnekotter het verloop van de veldtocht in negen hoofdstukken met behulp van de ooggetuigenverslagen uit de verschillende regimenten. In een slothoofdstuk, het elfde, maakt hij de rekening op. De dagboeken blijken een goudmijn te zijn voor allerhande informatie. In de eerste plaats uiteraard voor alle ontberingen en de infernale verschrikkingen van de grote veldslagen bij Smolensk en Borodino. Buiten deze details over de belevingen van de militairen is in De hel van Moskou echter ook veel andere historische informatie te vinden. Zo zijn er berichten die bevestigen dat meisjes verkleed als mannen aan de campagne deelnamen en zijn er veel voorbeelden waaruit een grote en persistente sociale ongelijkheid blijkt. Fascinerend in dat verband is dat de Nederlandse officieren zich tot op het slagveld lieten begeleiden door bedienden, die al vanaf Nederland bij hen waren en die veelal de ontberingen ook niet zouden overleven.

Funnekotter heeft zo, met behulp van de ooggetuigenverslagen, een rijk palet aan ervaringen en informatie in zijn boek bijeengebracht. Hij bedient zich daarbij van een soepele taal en heldere stijl om dit palet in al zijn schakeringen te presenteren, waarbij hij regelmatig enkele krachtige oneliners maakt om complexe situaties trefzeker te beschrijven. Prettig is ook dat hij daarbij de valkuil weet te vermijden om de bizarre en vaak ook lachwekkende gebeurtenissen tot slapstick te maken. Hij schrijft met humor maar houdt voortdurend de ernst van de tragedie in het oog.

Boeiend is dat in deze hel, die de Russische veldtocht zeker was – overigens evenals eerdere campagnes, zoals Presser in zijn Napoleon al fenomenaal heeft laten zien – de verschillende hoofdrolspelers uit het boek toch ook hun menselijke waardigheid weten te behouden. Zo filosofeert Aart Kool, van de genie van het 1ste Legerkorps, naar aanleiding van de vele doden en gewonden na een van de vele schermutselingen die tussen de grote veldslagen plaatsvonden, niet alleen uitgebreid over de aard van de schepping en de menselijke tekortkomingen, maar ontfermt hij zich ook metterdaad, als een barmhartige Samaritaan, over een zwaargewonde Russische soldaat. Na alle ontberingen wist François Dumonceau bij min 35 graden vorst nog ontzag op te brengen voor een adembenemend schouwspel van een lucht met fonkelende kristallen en een sneeuwvlakte die door een zonsopgang als met schitterende robijnen bezaaid leek te zijn. Een filmisch beeld dat, zij het met een andere intentie, aan het beeld van de bloedrode ijsschollen in Oost-Friesland denken doet.

Wat stijl en verhalend vermogen betreft kan De hel van Moskou wedijveren met Adam Zamoyski’s 1812 Napoleon’s Fatal March on Moscow (2004). Dit standaardwerk is in ieder geval door Funnekotter voor het Nederlands aandeel – dat eveneens verrassend niet alleen bij de overtocht van de Berezina van gewicht blijkt te zijn geweest – op bevlogen wijze aangevuld.